Door Leanne | 01-02-2019

Waarom je je dikker voelt dan je werkelijk bent: dikke-ik en het oplichterssyndroom


Mijn hele kindertijd heb ik me dik gevoeld. Althans, dikker dan andere meiden in mijn klas. Het hielp natuurlijk niet dat ik al vroeg in de puberteit kwam, daardoor meer in de breedte groeide en heupen en borsten kreeg. Ik geloofde vanaf dat moment heilig dat mijn stevige bouw ‘gewoon in de genen zat’ en dat ik nooit zo slank zou zijn als mijn vriendinnen. Mijn moeder vertelde me hoe zij vroeger precies dezelfde ervaring had; een dikker zelfbeeld wat van generatie op generatie was doorgegeven.

Echter, als ik nu foto’s terugkijk van vroeger, valt het allemaal erg mee. Natuurlijk, ik had een wat boller gezicht en wat meer vet op de benen… maar ik had een gezond gewicht! Ik was helemaal niet te dik.

Toch is het gevoel van dik zijn aan me blijven kleven. En later, in de puberteit, werd ik ook daadwerkelijk dikker. Ik kreeg flink overgewicht en mijn zelfbeeld vervloeide met het dikker zijn; alsof het nooit anders was geweest.

Dat zelfbeeld blijkt vrij rigide. Zelfs nu ik al jaren een gezond gewicht heb, vind ik het nog steeds moeilijk om mezelf niet als dik te zien. Het is alsof het beeld wat ik van mezelf heb, achterloopt op de werkelijkheid. Dat komt vaker voor bij mensen die zijn afgevallen: je moet wennen aan de nieuwe jij. 


Waarom je je dikker voelt dan je werkelijk bent

Veel mensen die zijn afgevallen herkennen dit: je bent slank, maar je ziet jezelf nog niet als één van die slanke mensen. Je pakt nog steevast de verkeerde maat in de winkel en je wuift complimenten weg over je slanke figuurtje. Het beeld wat je van jezelf hebt komt nog niet overeen met de realiteit.

Voor veel meisjes/vrouwen begint een belangrijke periode in de ontwikkeling van je zelfbeeld (of zelfconcept) zo rond de 11 jaar. Mijn eigen ervaring was dat ik me rond mijn 10e druk begon te maken over mijn lichaam; ineens vond ik er wat van, ging ik mezelf vergelijken en voelde ik me onzeker. Naast je zelfbeeld, ontwikkel je in deze periode vaak ook een ideaalbeeld van hoe je wilt zijn (ideal self) en een beeld van hoe je volgens anderen moet zijn (ought self).

Je zelfconcept is opgebouwd uit zogenaamde zelfschema’s; dat zijn stabiele overtuigingen die je over jezelf hebt. Voorbeelden van zelfschema’s zijn: spannend of saai, lui of actief, extravert of introvert, sportief of a-sportief. Een zelfschema is niet alleen een manier waarop je jezelf ziet, maar vanaf dat moment ook de bril waardoor je de wereld en je ervaringen ziet. Je zelfbeeld houdt zichzelf zo in stand.

Zo heb je ook een zelfschema van je lichaam (dik of dun). Dit heb je soms al van heel jongs af aan zo ontwikkeld en hoeft niet overeen te komen met de fysieke werkelijkheid. (Een extreem voorbeeld: mensen die hun arm of been zijn verloren, elke dag het bewijs zien en ervaren dat het zo is, maar nog steeds voelen dat ze het lichaamsdeel hebben.)

 

Impostor syndrome

Ik vergelijk het slank zijn maar toch dik voelen, ook met een soort impostor syndrome. Impostor syndrome (‘oplichterssyndroom’) beschrijft mensen die hun eigen prestaties in twijfel trekken en een ongegronde angst ervaren om te worden ontmaskerd als bedrieger of nepper. Ondanks externe bewijzen van hun kunnen, blijven mensen met het syndroom ervan overtuigd dat ze bedriegers zijn.

Vaak lees je hierover in de context van werk (bijvoorbeeld een dokter die zichzelf geen dokter voelt), maar ik vind het ook een verklaring voor waarom iemand die is afgevallen, ondanks álle moeite die is gedaan en het bewijs hiervoor in de spiegel, zich nog steeds niet slank voelt. Misschien omdat het succesvolle afvallen wordt afgedaan als gelukkige timing, of omdat iemand bang is dat het succes maar tijdelijk is, of onverdiend.

Omdat je zo lang niet slank bent geweest, voel je je misschien een nep slank persoon, ten opzichte van mensen die hun hele leven al slank zijn.

 

Slank-zijn omarmen

Het wordt tijd om de werkelijkheid te zien zoals die is: je bent wel degelijk een slank persoon geworden! Je bent wat je doet. Nu moet je er zelf nog in gaan geloven.

Als ik mijn gedrag en mijn uiterlijk kan veranderen, kan ik ook veranderen hoe ik mezelf zie, zou je denken. Maar het is zeker niet makkelijk om deze overtuigingen, mijn zelfschema’s, te herzien, omdat ik er zo lang mee vereenzelvigd ben geweest. Terwijl ik rationeel heus wel weet dat ik veel slanker ben dan voorheen.

Soms is je gedragen als een slank persoon dus makkelijker dan veranderen hoe je jezelf ziet. Maar met de tijd, zie ik mezelf hopelijk steeds wat meer zoals ik echt ben.


En jij?

Welke overtuigingen heb jij waarvan je denkt dat ze (misschien) niet overeenkomen met de realiteit? Wat denk je dat ervoor nodig is om die te veranderen? Van dik naar dun?


Leanne


     

0 reacties op: Waarom je je dikker voelt dan je werkelijk bent: dikke-ik en het oplichterssyndroom
- SCHRIJF EEN REACTIE -










Zomerchallenge